Zoogdieren

Inleiding

Onder de gewervelde dieren vallen de zoogdieren. De zoogdieren, klasse Mammalia, worden gekenmerkt door een levendbarende voortplanting, waarna de jongen nog een tijdje met moedermelk wordt gevoed.
Wat de zoogdieren anders maakt dan andere soorten dieren, is dat de meeste bedekt zijn met haar, en allen een uniek soort kaakbeengewricht hebben. Ook zijn de zoogdieren warmbloedig.
Zoogdieren kunnen carnivoren (panters), herbivoren (neushoorns) of omnivoren (de mens) zijn.

Geschiedenis

Tijdens het dinosauriërtijdperk bestonden veel verschillende groepen zoogdieren, waarvan de meest primitieve vormen eierleggend waren. Er zijn nog veel meer primitieve zoogdieren bekend, zoals de orde Multituberculata. Pas later ontstonden de levendbarende zoogdieren, de Theria. Hiertoe behoren zowel de buideldieren als de placentale zoogdieren, die zich zo'n 90 miljoen jaar geleden van elkaar afsplitsten.
Placentale zoogdieren zijn zoogdieren die hun jongen baren in de zogehete placenta. Dat is een soort schil in de buik van de moeder, waaruit de jongen het bloed en voedingsstoffen verkrijgt.
Na het uitsterven van de dinosauriërs werden de placentale zoogdieren de dominerende groep binnen de zoogdieren.
De buideldieren konden zich alleen handhaven in Australië en Zuid-Amerika.
De soorten die het meest op de eigenlijke zoogdieren lijken worden samen met hen tot de orde Mammaliaformes gerekend. Van de dieren binnen deze groep is in feite meer bekend van de zoogdieren van die tijd in het geheel. Mogelijk behoort zelfs de Multituberculata niet tot de echte zoogdieren.

Evolutie




Ontwikkeling

De ontwikkeling van de zoogdieren begon ongeveer 220 miljoen jaar geleden. Ze hadden toen een bescheiden rol, omdat de reptielen, met name de dinosauriërs, de dominante rol hadden.
Ongeveer 65 miljoen jaar geleden, toen de dinosauriërs uitstierven, kwam er een einde aan de dominante rol van de reptielen.
Enerzijds ontwikkelden vele soorten zoogdieren zich enorm snel, anderzijds stierven veel diersoorten uit als gevolg van de veranderende klimaat.
2 Miljoen jaar geleden, tijdens de ijstijd, ontwikkelden zich nieuwe, vaak grote zoogdieren, zoals de Mammoet, reuzenhert en de wolharige neushoorn. Maar deze soorten zijn tijdens de afgelopen 12.000 jaar volledig uitgestorven.

Bouw
Huid en haar

Zoogdieren zijn de enige dieren met een met haar bedekte lichaam. Het kan in verschillende vormen voorkomen.
De meeste zoogdieren hebben een vacht, wat bestaat uit een isolerende ondervacht en een beschermende bovenvacht, bestaand uit dekharen. De mens heeft in de loop van de tijd veel lichaamshaar verloren. De rol van de haren is een warmtevasthoudende werking, of het imponeren van andere dieren (zoals de manen van een leeuw) of camouflage. Sommige zoogdieren zijn onbehaard, hebben stekels of schubben.
De huid bestaat uit 2 lagen. De eerste laag, de opperhuid, bestaat uit dode cellen (epitheelcellen). De tweede laag, de lederhuid, bevat bloedvaatjes, klieren (talg-, geur-, zweet- en melkklieren), en zenuwcellen. Enkele klieren zijn typerend voor de zoogdieren, zoals melkklieren, zweetklieren en geurklieren.
Opbouw huid
Gebit Carnivoor Schedel en gebit

Het middenoor bevat drie gehoorbeentjes: hamer, aambeeld en stijgbeugel. De jukboog is zo gevormd dat er ruimte is voor de kaakspieren. De onderkaak is direct met de schedel verbonden door een kaakgewricht. Iedere helft van de onderkaak bestaat uit één bot. De overige gewervelde dieren hebben één botje in het middenoor, minstens drie botten aan iedere kant van de onderkaak en is de onderkaak niet direct verbonden met de schedel. Er zijn wel een aantal groepen reptielen bij wie de botten in oor en onderkaak zoogdierachtig zijn. De bekendste van deze groepen zijn de uitgestorven cynodonten, waarvan vermoed wordt dat het de voorouders van de zoogdieren zijn.

Het gebit van de zoogdieren is heterodont. Dat wil zeggen dat de tanden uit hetzelfde gebit verschillen van elkaar, en gespecialiseerd zijn in verschillende functies. Dieren die een homodont gebit hebben, hebben gelijkvormige tanden. De reptielen zijn hier een voorbeeld van.

De tanden hebben de vorm aangenomen die bij de functie past.
Carnivoren hebben scherpe hoektanden en zogenaamde knipkiezen. Deze kiezen worden gebruikt om het vlees als het ware te knippen.
Herbivoren hebben kiezen met plooien. Hiermee kunnen ze gras en andere planten makkelijk vermalen.
Omnivoren hebben knobbelige kiezen, om het voedsel goed te kunnen vermalen, en redelijk scherpe hoektanden.
Gebit omnivoor
Ledematen

De ledematen van de zoogdieren kunnen per dier sterk verschillen. Bij sommigen, zoals de waterzoogdieren als de dolfijn en walvis, zijn de achterpoten geheel verdwenen. Bij anderen, zoals de kangoeroe, zijn de achterpoten juist sterk ontwikkeld, en zijn de voorpoten in grootte afgenomen.


Dolepino                                                          Kangoeroe
nekwervel Hals

In het algemeen hebben zoogdieren zeven halswervels. Ook walvisachtigen hebben zeven wervels, alleen zijn deze bij hun sterk ineengedrukt. De giraffen hebben er ook zeven, alleen zijn deze lang. Alleen de luiaards hebben er zes tot negen.
Gehoor

Het uitwendig gehoororgaan komt alleen bij zoogdieren voor, namelijk de oorschelp. Bij waterzoogdieren is de oorschelp niet zichtbaar. Maar bij bepaalde dieren, zoals de olifant, is het heel sterk ontwikkeld. Dit heeft onder andere te maken met het regelen van het lichaamstemperatuur. 

Lichaamstemperatuur

Zoogdieren zijn warmbloedig. Dat betekent dat de lichaamstemperatuur wordt geregeld door interne factoren en daardoor op een constante temperatuur kan worden gehouden en onafhankelijk is van de buitentemperatuur. De lichaamstemperatuur wordt geregeld door de hypothalamus. Dat is een klein gebied in de hersenen. De lichaamstemperatuur kan constant gehouden worden door:
•    Verhogen of verlagen van de stofwisseling
•    Verwijding of vernauwing van de bloedvaten (het bloed transporteert ook warmte)
•    Het opzetten of platzetten van haartjes
•    Rillen om warm te krijgen, of zweten/hijgen om af te koelen (door het rillen bewegen de spieren, wat voor warmte zorgt, en door zweten/hijgen verliest het dier warmte door middel van verdaming). 
De lichaamstemperatuur kan ook geregeld worden op andere manieren. Als ze het koud hebben, kruipen sommige soorten bij elkaar, hurken ineen of baden in de zon. Als ze het warm hebben, zoeken ze de schaduw of schuilen in hun hol.

Door warmbloedigheid kunnen zoogdieren overleven op plekken waar het koud is, zoals de poolgebieden. Reptielen echter zouden dit niet overleven. Vandaar dat er alleen zoogdieren op de poolgebieden leven.

Warmbloedigheid kost energie. Daarom moeten kleinere zoogdieren genoeg eten om aan genoeg energie te komen. Sommige soorten offeren hun warmbloedigheid tijdelijk op. De lichaamstemperatuur daalt dan, bijvoorbeeld tijdens een winterslaap.

Soorten zoogdieren

Placentazoogdieren

Zoogdieren die zich ontwikkelen in de baarmoeder van het moederdier en hun voedsel via de placenta krijgen, behoren tot de placentazoogdieren. De placenta is een speciaal orgaan ingebed in de wand van de baarmoeder. Dit orgaan vervoert voedingsstoffen uit het bloed van de moeder naar het bloed van de jongen.
Vlak nadat de jongen is geboren, wordt de placenta uitgestoten.
Er zijn ongeveer 18 zoogdiergroepen met een placenta, onder andere de mens, olifant, hoefdieren en hond- en katachtigen.

placenta
buideldier Buideldieren

Buideldieren zijn dieren die hun jongen na de geboorte in de buidel dragen, tot ze groot en ontwikkeld genoeg zijn om voor zichzelf te zorgen. Buideldieren komen voor in Australië, Nieuw-Guinea en Noord- en Zuid-Amerika. Voorbeelden zijn de kangoeroe en Wombats.

Primaten

Primaten zijn dieren die kunnen grijpen met hun handen. De meeste primaten hebben duimen en grote tenen met platte vingernagels in plaats van klauwen. Voorbeelden hiervan zijn de mens, apen en mensapen.

primaat
Leefomgeving en voortbeweging
Leefomgeving

De zoogdieren komen overal op de wereld voor. Van de heetste woestijnen tot op de koudste polen. Dankzij de warmbloedigheid, kunnen ze overleven op de poolgebieden. Ze leven ook in de lucht en in het water. Maar ook de waterzoogdieren hebben lucht nodig, dus komen ze naar het oppervlakte om lucht te happen (denk maar eens aan een walvis die het water uit zijn gat spuit). De waterzoogdieren worden ‘secundair aquatisch’ genoemd. Dat betekent dat ze weer in het water zijn gaan leven. Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die kunnen vliegen.

walvis ijsbeer vleermuis cheeta
Voortbeweging

De zoogdieren die op het land leven, bewegen zich op verschillende manieren voort. Velen bewegen zich voort over de grond, maar sommigen bewegen zich klimmend en springend voort, zoals eekhoorns.
Het grootste deel van de zoogdieren zijn lopers. Ze bewegen zich voort over de grond. De meeste dieren bewegen zich quadrupedaal voort. Dat betekent dat ze alle 4 de ledematen gebruiken. Sommigen bewegen zich bipedaal voort. Dat betekent dat ze alleen de achterpoten gebruiken. Er zijn verschillende soorten loopwijze voor bipedale voortbeweging:
•    Zoolgangers: deze dieren lopen bijna op hun gehele voetzolen (beren);
•    Teengangers: deze dieren lopen enkel op hun tenen (katten, honden);
•    Hoefgangers: deze dieren lopen op hoeven (paarden).
Voortplanting
chimpansee Bij zoogdieren vindt de bevruchting inwendig plaats. Op de primitievere klasse (de cloacadieren), die nog eitjes leggen,  na, brengen de meeste zoogdieren hun jongen levend ter wereld. Bij de buideldieren zijn de jongen nog niet genoeg ontwikkelt om de aarde rond te lopen, dus ontwikkelen ze zich verder in de buidelzak van de moeder.

De geboorte verschilt voor sommige zoogdieren. Sommigen (zoals de knaagdieren en beren) worden naakt en blind geboren, in een hol. Anderen (zoals poezen) worden blind geboren, maar hebben wel al haren. Beiden moeten na de geboorte nog door de moeder verzorgt worden. Sommige zoogdieren, zoals onder andere kuddedieren, brengen hun jongen volledig ontwikkeld wereld.
De draagtijd kan verschillen, van 12 dagen bij de kangoeroes, tot 22 maanden bij de olifanten.

Na de geboorte worden de jongen gevoed met moedermelk, wat typerend is voor de zoogdieren, en de rede waarom dit soort dieren zoogdieren heten.
Indeling van de zoogdieren
Zoogdieren werden oorspronkelijk in drie groepen verdeeld: de Monotremata (eierleggende zoogdieren), Marsupialia (buideldieren) en Placentalia (placentadieren).
Omdat men dacht dat de Placentalia afstammelingen van de Marsupialia waren, die op hun beurt weer afstammelingen van de Monotremata waren, kregen ze andere namen. Namelijk Prototheria, Metatheria en Eutheria. Later bleek dat die theorie niet klopte.
De buidel- en placentadieren worden nu meestal samen tot de onderklasse Theriiformes (Theria) gerekend.

De soorten zoogdieren kunnen worden verdeeld in Klassen of Orden:


Klasse: Zoogdieren
Orde: Cloacadieren Orde: Buideldieren Orde: Insecteneters
Orde: Zweefvliegers Orde: Vleermuizen Orde: Primaten
Orde: Tandarmen Orde: Schubdieren Orde: Haasachtigen
Orde: Knaagdieren Orde: Walvissen Orde: Roofdieren
Orde: Vinpotigen Orde: Buistandigen Orde: Slurfdieren
Orde: Slapers of klipdassen Orde: Zeekoeien Orde: Onevenhoevigen
Orde: Evenhoevigen

Terug naar Gewervelden
Terug naar Diersoorten